|
Regeling periodekampioenen |
|
Hieronder wordt uitgelegd hoe de periodekampioenen worden bepaald. Als er na deze tekst nog altijd onduidelijkheden zijn, kun je contact met ons opnemen. Even klasse Een even klasse bestaat uit drie periode, met eenmaal acht en twee maal zeven wedstrijden. Je dient altijd eerst de periodekampioenen aan te wijzen (een elftal kan maar 1x een periodetitel behalen, dus de periodekampioen van de 1e periode kan niet de 2e of 3e winnen, de periodekampioen van de 2e periode kan niet de 3e periode winnen). Als de periodekampioen van de 1e periode bovenaan eindigt in de 2e periode gaat de titel naar de nummer 2 in die periode. Eindigen de winnaars van de 1e en 2e periode bovenaan in de 3e periode dan gaat de titel naar de nummer 3 in die periode. Dan ga je kijken of de periodekampioen gerechtigd is om deel te nemen aan de nacompetitie. Heeft een elftal dat niet kan promoveren via de nacompetitie (bijvoorbeeld een degradatieplek) een periodetitel, dan verschuift de titel naar de hoogstgeplaatste op de eindranglijst van de gewone competitie die nog niets heeft. Indien de uiteindelijke kampioen tevens een periodetitel heeft, dan krijgt het hoogstgeplaatste elftal op de eindranglijst van de gewone competitie dat nog niets heeft, de periode van de kampioen en wordt vervangend periodekampioen. Oneven klasse
Een oneven klasse bestaat uit twee perioden, elk van tien wedstrijden. Je dient wederom eerst de periodekampioenen aan te wijzen (een elftal kan maar 1x een periodetitel behalen, dus de periodekampioen van de 1e periode kan niet de 2e periode winnen). Als de periodekampioen van de 1e periode bovenaan eindigt in de 2e periode gaat de titel naar de nummer 2 in die periode. Indien de uiteindelijke kampioen tevens een periodetitel heeft dan krijgt het hoogstgeplaatste elftal op de eindranglijst dat nog niets heeft, de periode van de kampioen en wordt vervangend periodekampioen. De derde periode wordt gegeven aan de hoogstgenoteerde ploeg in de eindstand zonder periodetitel.
|
|
|